De ‘lui oog’-mythe

Wat is amblyopie, beter gekend als lui oog?Amblyopia, amblyopie of een lui oog is een afwijking van het oog. Deze wordt gekenmerkt door verminderd of wazig zicht in een van de ogen. Het oog is overigens op zich meestal volkomen gezond en normaal, maar er bestaat meestal een brekingsafwijking (scheel zien of strabisme) al op zeer jonge leeftijd. Hierdoor krijgen de hersenen in de vroege jeugd geen scherp beeld aangeboden en ontwikkelt zich de hersenfunctie van het zien onvoldoende.Amblyopie komt voor bij 2.5 procent van de bevolking en veroorzaakt meer monoculaire blindheid binnen de leeftijdsgroep onder 40 dan alle andere oogziekten tezamen. Monoculaire blindheid betekent simpelweg blindheid in één oog. Dit is dus een niet te verwaarlozen aandoening. Ikzelf werd op mijn derde gediagnosticeerd met een lui linkeroog.

Gangbare opvattingen over deze aandoening

Vele artsen beschouwen deze oogaandoening onbehandelbaar nadat de patiënt de kritieke periode ontgroeid is. De kritieke periode is de periode waarin onze hersenen zogenaamd onveranderbaar gevormd worden en van dan af ‘hard wired’ zijn voor bepaalde gedragingen. Afhankelijk van de bron loopt deze tot de leeftijd van 6 à 8 jaar. Voor deze leeftijd wordt een lui oog vaak behandeld door het ‘goede’ oog af te plakken zodat het ‘slechte’ oog geactiveerd zou worden en het zicht vanuit dit oog verbetert. HIeronder zal ik aan de hand van Nobelprijswinnende experimenten en recente publicaties op het vlak van hersenplasticiteit aantonen dat oudere patiënten wel degelijk de kans hebben hun lui oog nog te rehabiliteren en dat er voor jonge zowal als oude patiënten gepastere therapiën voorhanden zijn dan het eenvoudig afplakken.

In de jaren ‘60 en ‘70 van vorige eeuw, voerden Hubel en Wiesel enkele experimenten uit op katten en apen. Ze bedekten één van de twee ogen van deze dieren vlak na hun geboorte. Hierdoor waren ze ‘monocularly deprived’. Dagen, weken of zelfs jaren later werd het bedekte oog heropend en werd het effect op de neuronen in de visuele cortex opgemeten. In normale dieren, reageren de meeste neuronen op beide ogen, hoewel bij deze monoculair achtergestelde dieren bijna alle neuronen reageerden op het oog dat niet afgedekt was geweest gedurende al die tijd. Bij jonge dieren kon de oogvoorkeur nog veranderd worden door het andere oog af te dekken.

Ook bleek dat er zich geen hersenveranderingen voordeden bij het afplakken van één oog bij volwassen dieren. Meer nog, de veranderingen in oogvoorkeur waren meest dramatisch als monoculaire deprivatie zich voordeed tijdens de eerste drie tot zes levensweken. Dit levensstadium, waarin ervaring het meeste effect heeft op hersencircuit, werd bestempeld als de kritieke periode.

Deze resultaten lijken voor zich te spreken, namelijk na de kritieke periode in de kindertijd is de mogelijkheid tot behandeling zeer beperkt of nihil. Nochtans kunnen deze bevindingen niet geextrapoleerd worden naar de meest voorkomende vormen van amblyopie bij mensen. Hubel en Wiesel zelf maakten deze begrijpelijke fout zelf niet, maar vele geneesheren doen dit nog steeds vandaag de dag. Vele artsen nemen verkeerdelijk aan dat de “kritieke periode” voor de ontwikkeling van een lui oog dezelfde is als de “kritieke periode” voor de rehabilitatie ervan. Waarom dit zo is, vindt u hieronder.

De experimenten van Hubel en Wiesel leveren interessante resultaten op, maar kunnen zij wel dienen als een goed model voor de meest voorkomende vormen van amblyopie bij de mens? Deze dierenexperimenten bootsen de effecten na van een katarakt aanwezig in het oog van een pasgeboren kind. Die specifieke aandoening is zeer zeldzaam en komt voor bij 0,03 percent van alle kinderen. Veel gebruikelijker zijn de vormen van amblyopie die voortvloeien uit strabisme of scheel zien genaamd anisometropia. In deze gevallen wordt het luie oog veroorzaakt door strabisme waarbij één enkel oog het kijken op zich neemt, en het andere naar binnen draait.

Strabisme is niet aanwezig bij de geboorte maar manifesteert zich tijdens de tweede of derde levensmaand. Een lui oog als aanpassing voor het scheelzien ontwikkelt zich iets later. Dit betekent dat kinderen met strabismische amblyopie niet vanaf hun eerste paar dagen van alle zicht uit één oog zijn ontdaan. In mijn specifiek geval, en zo zijn er velen, ontwikkelde strabisme zich zelfs maar in het tweede of derde levensjaar omdat één oog aanzienlijk meer verziend was dan het andere. Onder deze omstandigheden ontwikkelde zich anisometropische amblyopie in het zwakkere oog. Aangezien mensen geen scherp zicht hebben bij de geboorte en dit zich ontwikkelt over de eerste drie à vijf jaar lijkt het onwaarschijnlijk dat deze vorm van amblyopie aanwezig is tijdens eerste levensjaren. Verscheidene wetenschappers erkennen dat de monoculaire deprivatie experimenten niet kunnen dienen als model voor de meeste menselijke gevallen van amblyopie. Anthony Movshon, Lynne Kiorpes, en hun collega’s verbonden aan NYU veroorzaakten amblyopie in apen op een mindere drastische manier, namelijk door het plaatsen van een opake lens waardoor het zicht van één oog verminderd maar niet volledig geelimineerd werd. Niet verrassend was het effect op de visuele cortex niet even ernstig als bij de experimenten van Hubel en Wiesel. Meer neurologische connecties overleefden tussen het gecompromitteerde oog en het brein en het komt er nu op aan een manier te vinden deze te heractiveren en opnieuw te versterken.

Beschikbare behandelingen

Traditioneel wordt een lui oog behandeld door het klassieke afplakken zoals eerder aangehaald. Het is waar dat het zicht in het zwakke oog op die manier kan verbeteren, maar dit zal van korte duur zijn als de ogen niet worden aangemoedigd om terug samen te werken. In dat aspect kan men zelfs stellen dat afplakken zonder bijkomende oefening een nadelig effect kan hebben op de binoculareit en het stereozicht beter gekend als 3D zicht. Voorgenoemde Torsten Wiesel benadrukte deze bezorgdheid bij het in ontvangst nemen van zijn Nobelprijs voor zijn onderzoek inzake het menselijk zicht. Om amblyopie te verminderen moet men het oog en de hersenen oefenen in verscheidene taken. De mogelijkheden zijn oneindig, het komt er gewoon op aan het gecompromitteerde oog te gebruiken zonder het goede oog volledig af te dekken. Het boek ‘Fixing my gaze’ van neurobiologe Susan Barry geeft hiervan enkele treffende voorbeelden op pagina 149 en 150 voor de geinteresseerden. Dit soort low tech procedures werd “monocular fixation in a binocular field” bestempeld. Ook worden enkele treffende succesverhalen aangehaald waaruit blijkt dat patiënten met uiteenlopende leeftijden van zes tot en met 65 hun luie oog hebben kunnen doen heropleven. Niettegenstaande moet opgelet worden met succesverhalen aangezien het boek eveneens een studie aanhaalt waar slechts één derde van 203 amblyopen het zicht herstelt, wat natuurlijk twee derde minder geslaagde resultaten overlaat. Het is niettemin onweerlegbaar dat amblyopie behandelbaar is op latere leeftijd als de zwakke signaal dat het amblyopisch oog voorziet aan de hersenen kan versterkt worden. Mijn eigen ervaring leerde dat mijn lui oog spontaan begon te recupereren toen ik intensiever begon te studeren en fixeerde op korte afstanden. Door onbekwaamheid werd deze op zichzelf gunstige evolutie niet goed geïntegreerd en resulteerde dit in plaats van in gezond binoculair zicht in dubbel zicht. Een lui oog moet dus zeker niet afgeschreven worden voordat met de juiste therapie is geprobeerd om dat oog te re-integreren. Indien uzelf of uw kind een lui oog heeft, aangeraden is om een (functioneel) optometrist te raadplegen die u hiermee op een deskundige manier kan helpen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*