Belang van preventie en functionele oogonderzoeken


Belang van preventiemaatregelen voor lui oog en scheelzien

Zowel scheelzien als lui oog kunnen vaak voorkomen worden en, zoals iedereen weet, is voorkomen beter dan genezen. Na de geboorte ontwikkelt het visuele systeem zich aan een hoog tempo. Heel veel kinderen zien de eerste maanden na de geboorte (af en toe) scheel. Dat is normaal. Daarna komt het erop aan de visueel zwakkere baby’s optimaal te begeleiden naar goede oogsamenwerking, het fuseren van beide oogbeelden en stereoscopisch dieptezicht. Maar er zijn ook baby’s die visueel sterk beginnen maar door gebrek aan preventieve maatregelen toch lui oog en oogsamenwerkingsproblemen ontwikkelen, vooral op de kritische leeftijden van één en drie jaar.

De reden hiervoor is een wijdverspreide onachtzaamheid wat betreft het visueel onderzoeken van baby’s en kleine kinderen. Het niet vaststellen en behandelen van veel voorkomende amblyopie-veroorzakende factoren (link) zoals verziendheid leidt tot een beduidend aantal gevallen van scheelzien en lui oog. Als een kind in nood te laat voorzien wordt van een bril voor bijvoorbeeld verziendheid leidt dit tot moeilijkheden bij het scherpstellen en uitlijnen van de ogen, de ontwikkeling van een dominant en een lui oog, het afsterven van binoculaire hersencellen en een onderontwikkeling van de visuele informatieverwerking door de hersenen. Als de ogen niet langer goed uitgelijnd zijn en visuele informatiestromen opgevangen door de ogen nog slechts gedeeltelijk worden verwerkt, is de kans groot dat dit zal escaleren tot de volledige suppressie van het beeld van één van de twee ogen door het brein om dubbel zicht en visuele verwarring tegen te gaan. Eens suppressie zich nestelt, ben je vaak vertrokken voor een jarenlange, en soms levenslange, vicieuze cirkel.

Goed begonnen is half gewonnen

Uit onderzoek van Kind en Gezin (BE) blijkt dat vroegtijdige preventie leidt tot een daling van het aantal lui-oog-gevallen met 45 à 62%. Aangezien amblyopie en strabisme geen oogziektes zijn in de nauwe zin van het woord maar leer- en ontwikkelingsstoornissen van het visuele hersensysteem kan het aantal gevallen door aanhoudende preventie en behandeling sterk beperkt worden. Vroegtijdige preventie betekent een degelijk optometrisch onderzoek op zeer jonge leeftijd (skiascopie op de leeftijd van zes maanden), het indien nodig laten dragen van een baby-bril en verdere visuele begeleiding. Momenteel worden de ogen van baby’s voor de leeftijd van één jaar amper gecontroleerd, of enkel als problemen zich al hebben voorgedaan. In Vlaanderen wordt op de leeftijden van één en twee jaar het zicht heel rudimentair door Kind & Gezin gescand met een smartphone-app maar dit is ‘too little’ en ‘too late’.

Het risico op het ontwikkelen van lui oog is het hoogst tijdens de eerste drie levensjaren. Jammer genoeg worden visuele ontwikkelingsstoornissen vaak pas ontdekt in de kleuterklas (3,5 jaar). Op dat moment is al heel wat kostbare tijd verloren gegaan, wordt het kind al blootgesteld aan bepaalde visuele verwachtingen die hij misschien moeilijk kan inlossen en kan behandeling (niet alleen afplakken!) jaren aanslepen. Zelfs als het kind op de juiste manier behandeld wordt, zal de visuele ontwikkeling van het kind waarschijnlijk vertraging oplopen met significante, negatieve gevolgen voor diens motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling. Die secundaire vaardigheden zijn immers allemaal erg afhankelijk van een moeiteloze en vlotte werking van het visuele systeem dat zijn rol als primair zintuig optimaal moet kunnen spelen.

1 op 5 kinderen heeft te maken met een zekere mate van functionele visuele beperking.

Aangezien 80% van alle geleerde kennis verworven wordt via het visuele zintuig, is het logisch dat neuro-visuele stoornissen een verregaande invloed zullen hebben op de algemene vorming van het kind. 1 op 5 kinderen (20%) heeft te maken met een zekere mate van functionele visuele beperking, vaak in de vorm van oogsamenwerkingsproblemen, die een impact hebben op hun leer- en leesvaardigheid. Het preventief onderzoeken en behandelen van zulke functionele problemen is essentieel bij het schoolklaar maken van een kind. Het machtig zijn van en het vlot kunnen combineren van essentiële visuele vaardigheden (link) is cruciaal om vlot te kunnen (leren) lezen. Als een kind moeiteloos ziet en na verloop van tijd ook moeiteloos leest, zal het een vlotte overgang maken van het leren lezen naar het lezen om te leren. Een goede fusie van beide oogbeelden en robuuste oogsamenwerking zal er ook voor zorgen dat het kind doorheen zijn schoolloopbaan sneller en sneller zal kunnen lezen zonder op onnodige functionele visuele barrières te botsen die de cognitieve ontwikkeling afremmen. In geval van gebrekkige visuele vaardigheden loopt men het gevaar visuele en academische achterstand te blijven opstapelen met serieuze leer-, lees- en gedragsproblemen tot gevolg.

Verschil tussen een standaard oogheelkundig onderzoek en functioneel optometrisch onderzoek

Tijdens een oogonderzoek bij de normale oogarts worden de ogen gecontroleerd op de aanwezigheid van bepaalde oogziektes (glaucoma, cataract, …) en wordt de gezichtsscherpte van elk oog gemeten doormiddel van het aflezen van een letterkaart op één bepaalde afstand, doorgaans zes meter. Gedurende dit standaard oogonderzoek wordt een heel aantal visuele vaardigheden NIET getest.  Er wordt nauwelijks gekeken naar hoe de ogen (samen) bewegen en hoe ze samenwerken met de hersenen. Visuele flexibiliteit, uithouding en integratie worden niet in rekening genomen zolang de ogen fysiek gezond zijn en je bepaalde symbolen kan herkennen op een afstand van zes meter.

Omdat de gezichtsscherpte slechts op één middellange afstand wordt gemeten schiet het standaard oogonderzoek tekort. Het ontwerp van de test zorgt ervoor dat enkel bijziendheid op een systematische manier wordt gedetecteerd. Vooral verziende kinderen, die in vergelijking met bijziende kinderen juist meer vatbaar zijn voor het ontwikkelen van lui oog, oogsamenwerkingsproblemen en convergentieproblemen, vallen door de mazen van het net omdat de gezichtsscherpte en uithouding voor leestaken op korte afstand niet grondig worden onderzocht.

Een functioneel optometrisch onderzoek duurt langer dan een standaard onderzoek bij de oogarts. Een volledig onderzoek duurt 40 minuten tot anderhalf uur. Een functioneel optometrisch onderzoek wordt doorgaans uitgevoerd door een functioneel optometrist. Gedurende een functioneel optometrisch onderzoek worden alle visuele vaardigheden (link) getest en wordt de visuele uithouding, flexibiliteit en integratie geëvalueerd. Kortom, de visuele conditie en fitness. Hoe functioneert het visuele systeem als geheel in het dagelijkse leven? Op welke vlakken wordt visueel ondermaats gepresteerd en wat valt daaraan te doen? Die extra aandacht is essentieel voor het voorkomen of behandelen van visuele ontwikkelingsstoornissen zoals lui oog, oogsamenwerkingsproblemen en soortgelijke visuele coördinatie- en leerproblemen. Als onregelmatigheden worden gevonden kan hij de visuele ontwikkeling terug op het juiste pad brengen met een bril, lenzen en indien nodig functionele begeleiding in de vorm van visuele therapie of visuele training.

http://www.covd.org/?page=Exam
http://www.covd.org/?page=Child_Exam

Aanbevolen regelmaat voor functioneel optometrische onderzoeken?

Een functioneel optometrisch onderzoek is nodig om een goed beeld te krijgen van hoe een kind of volwassene zijn ogen gebruikt in het dagelijkse leven en om ervoor te zorgen dat het visuele hersensysteem zich naar behoren ontwikkelt. Om zoveel mogelijk aan preventie te kunnen doen, moeten de onderzoeken een zekere regelmaat volgen. Het is cruciaal om ervoor te zorgen dat het belangrijkste zintuig van je kind goed functioneert in de klas en daarbuiten!

Aanbevolen periodiciteit van functionele visuele evaluaties

Leeftijd van de patiënt
Interval tussen functionele oogonderzoeken
 
Asymptomatisch/Laag risico
Symptomatisch/Risicofactoren aanwezig
Geboorte tot 24 maanden Op de leeftijd van zes maanden Op de leeftijd van zes maanden of zoals aangeraden door zorgverlener
2 tot 5 jaar Op de leeftijd van drie jaar Op de leeftijd van drie jaar of zoals aangeraden door zorgverlener
6 tot 18 jaar Voor het eerste leerjaar (voor het leren lezen) en om de twee jaar daarna Jaarlijks of zoals aangeraden door zorgverlener

https://www.aoa.org/patients-and-public/caring-for-your-vision/comprehensive-eye-and-vision-examination/recommended-examination-frequency-for-pediatric-patients-and-adults?sso=y

Kosten-baten analyse van preventie

Een preventief visueel ontwikkelingsonderzoek en een eventuele vroegtijdige interventie en bril zal zijn vruchten afwerpen in het latere schoolse en professionele leven van het kind. Naast de evidente voordelen op het vlak van emotioneel welzijn, functionaliteit en gezondheid, wordt vanuit maatschappelijk en familiaal standpunt ook veel geld bespaard. Volgens de beschikbare optometrische, neurologische en oftalmologische studies nemen die besparingen de vorm aan van minder of geen opeenvolgende oogspieroperaties per patiënt, minder lees- en leerproblemen, minder psychische problemen, een hoger algemeen opleidingsniveau, minder invaliditeit, minder wanhoopscriminaliteit, minder kansarmoede en meer productieve en gelukkige burgers die kunnen participeren en bijdragen aan de maatschappij. De kosten evenals de gemiste inkomsten van een niet vastgesteld en onbehandeld neurovisueel probleem kunnen hoog oplopen en in het slechtste geval een sneeuwbaleffect gaan vertonen.

Uit meerjarig Amerikaans optometrisch onderzoek blijkt dat de prevalentie van neurovisuele aandoeningen in de gevangenispopulatie op 60% ligt. Oogsamenwerkingsproblemen, convergentie insufficiëntie en de bijbehorende concentratieproblemen komen dus buitengewoon vaak voor in die populatie. Het implementeren van aangepaste visuele revalidatieprogramma’s voor die gedetineerden had in verschillende onderzoeken een grote impact op het al dan niet slagen van andere opleidingen en het geven van toekomstperspectief.

Uit neurowetenschappelijk en optometrisch onderzoek blijkt ook dat veel psychiatrische aandoeningen, zoals bijvoorbeeld schizofrenie, gepaard gaan met abnormale oogbewegingen en dat neurovisuele aandoeningen heel frequent voorkomen in psychiatrische instellingen. Zonder uitspraken te doen over de oorzaken van die visuele symptomen, heeft langdurig optometrisch onderzoek met zulke patiënten bewezen dat het functioneel behandelen van visuele symptomen zoals onstabiele oogsamenwerking of een zwak convergentievermogen ook een gunstig effect hebben op de algemene mentale gezondheid. Omgekeerd kan een visuele functionele beperking met een ernstige impact op lees-, leer- en werkvermogen leiden tot depressie, OCD of andere psychische aandoeningen. Door een gebrek aan mogelijkheden en een veel nauwere, plattere en minder levendige visuele waarneming van de wereld, keert de geest zich soms tegen zichzelf. Tot overmaat van ramp zijn psychologische en psychiatrische zorgverleners zelden geïnformeerd over hoe ze zulke neurovisuele stoornissen kunnen herkennen en functioneel kunnen laten behandelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*