Soorten scheelzien

Scheelzien wordt meestal opgemerkt als het constant of manifest is. Ofwel zal een enkel oog om welke reden dan ook  permanent gebruikt worden door de persoon en het beeld van het andere oog gesuppresseerd worden door de hersenen. Het kan echter ook voorkomen dat men alterneert tussen de ogen en met een oog kijkt terwijl het andere wegdraait en de suppressie afwisselt. Men heeft dus in feite twee manieren van zien waartussen men kan ‘schakelen’. Ikzelf was een alternerende esotroop, wat dat juist betekent wordt hieronder duidelijk.

Naargelang welke van de zes oogspieren meer aantrekt, ondervindt men verschillende soorten strabisme of scheelzien.

  1. Esotropia
  2. Exotropia
  3. Hypertropia
  4. Hypotropia
  5. Cyclotropia: Deze vorm is niet afgebeeld maar houdt in dat een oog is gekanteld in wijzer- of tegenwijzerzin

Sporadisch scheelzien bij zeer jonge kinderen is niet noodzakelijk zorgwekkend, na de eerste vijf maanden kan toch best een oftalmoloog en optometrist worden geraadpleegd. Manifest (constant) scheelzien kan vele oorzaken hebben: oogaandoeningen zoals verziendheid, cataract,… of een meer algemene ziekte.Minder opvallend, maar storend voor het individu, is latent scheelzien. Mensen die latent scheel zien hebben een correcte oogstand het merendeel van de tijd, maar indien één oog wordt afgedekt zien ze plots scheel. Ook bij vermoeidheid of het uitvoeren van oogbelastende taken kan scheelzien zijn intrede doen. Een groot latent scheelzien kan vermoeide ogen en lees- en leerproblemen veroorzaken. Aangezien het kind zich vaak zelf nog niet goed kan uitdrukken of weet wat hem overkomt is het aan de ouders om hier waakzaam over te zijn en het kind voldoende aandacht te geven.

Suppressie of dubbel zien (diplopie)?

Voorbeeld van dubbel zicht Indien de ogen zich niet goed richten op één punt, zullen de hersenen proberen bij wijze van aanpassing één van de twee beelden te verdringen of suppresseren. Zeker bij kinderen gebeurt deze aanpassing vrij vlot, waardoor het kind waarschijnlijk zelf niet eens weet dat zijn zicht niet hetzelfde is als dat van de meesten onder ons. Hoewel het kind niet per se weet dat hij niet normaal ziet heeft dit toch een beperkende uitwerking op het persoonlijke en academische ontwikkelingsproces. Over de gevolgen en behandeling van scheelzien later meer.

Bij plots scheelzien bij volwassenen ondervindt men dubbel zicht of diplopie. Als de hersenen altijd gewend zijn geweest aan een gezonde oogstand en deze kan om een bepaalde reden niet meer bereikt worden leidt deze discrepantie tot dubbel zicht. Hoe ouder de patiënt hoe moeilijker de suppressieaanpassing zal zijn, maar ook bij kinderen is die aanpassing niet vanzelfsprekend en soms niet mogelijk. Vandaar dat zeker moet opgepast worden met correctieve ingrepen op adolescente en volwassen leeftijd. Dit laatste kan ik u vanuit eigen ervaring verzekeren. De mogelijkheden die visuele therapie bieden op dit vlak komen later aan bod.

Oorzaken van scheelzien

Scheelzien kan al opduiken tijdens de eerste levensmaanden. De oogspieren en oogzenuwen kunnen perfect gezond zijn maar door een horizontaal of verticaal onevenwicht  kan sensorisch scheelzien de kop opsteken. Scheelzien naar binnen kan bijvoorbeeld ontstaan door een te felle stimulatie van de binnenste oogspieren ten opzichte van de buitenste.

In mijn geval is scheelzien ontstaan op basis van verziendheid. Door een te grote accommodatie inspanning van de ooglens ontwikkelen sommige kinderen scheelzien naar binnen. Accomodatief scheelzien ontstaat typisch rond de leeftijd van 2 à 3 jaar. Dit is de periode wanneer een kind zijn omgeving van dichterbij begint te inspecteren.

Paretisch scheelzien komt voor wanneer één of meer oogspieren verlamd is. Deze vorm van scheelzien kan aangeboren zijn maar kan ook zijn veroorzaakt door een ongeval.

Wanneer de oogspieren in hun beweging beperkt zijn zal scheelzien optreden wanneer in een bepaalde blikrichting wordt gekeken. Mechanisch scheelzien is zelden aangeboren. In mijn geval ondervind ik dit als ik naar links probeer te kijken, dit is het gevolg van jarenlang scheelzien en mogelijke spierschade. Volwassenen met schildklierproblemen ondervinden soms een verminderde elasticiteit van sommige oogspieren waardoor scheelzien en dubbelzien ontstaat in bepaalde blikrichtingen.

 Gevolgen van scheelzien

Deze suppressie-aanpassing werkt vrij goed voor de meeste mensen. Maar zelfs indien deze aanpassing naar genoegen werkt brengt dit enkele nadelen met zich mee.

  1.  Problemen met (voor)lezen en leren in het algemeen. De letters dansen over het blad, de volgorde is niet duidelijk alsook moeilijkheden met regelvolging. De beelden van de twee ogen zorgen voor verwarring. Zelfs zonder een leerstoornis zoals dyslexie zal het zeer zwaar zijn visuele informatie op te nemen. Vele kinderen hebben leerproblemen omwille van manifeste of latente binoculaire oogproblemen. Deze kinderen zijn niet dom, ze hebben simpelweg problemen met oogcoordinatie die dringend aangepakt moeten worden. Bij niet-manifest, maar occasioneel, scheelzien zal het lastiger zijn een diagnose en oplossing te vinden en zal meer afgegaan moeten worden op de klachten. Omdat het hier vaak gaat om kinderen zullen de juiste vragen gesteld moeten worden.
  2. Een tweede probleem is dat men geen dieptezicht of 3D zicht heeft, ook wel stereozicht genoemd. Stereozicht is enkel mogelijk indien de informatie van beide ogen op een correcte manier wordt geintegreerd. Beide ogen zijn op lichtjes verschillende plaatsen in het gezicht gepositioneerd waardoor twee referentiepunten beschikbaar zijn om de afstand tussen voorwerpen in te schatten. Dit additionele informatie is een vorm van synergie tussen de ogen. Ongeveer 5% van de bevolking ontbreekt het aan dieptezicht. Ook onder de rest van de populatie is er een wijd spectrum van mensen met slecht tot zeer goed dieptezicht. Mensen zonder dieptezicht (strabismische personen of mensen met monoculaire blindheid) gebruiken monoculaire cues om diepte in te schatten zoals schaduwen, de grootte van objecten of aanraking en ondervinding. Ze weten dat twee dingen zich niet op dezelfde plaats kunnen bevinden, maar hebben dit nooit echt gezien. Normaalgezien zal het niet zo opvallend zijn dat een persoon geen dieptezicht heeft, tenzij bij kinderen die nog in het leerproces zitten. Duidelijk is dat de lichamelijke coordinatie en precisie zonder dieptezicht altijd minder zal zijn dan bij mensen mét stereozicht, maar meestal kunnen ze er min of meer mee overweg. Zo heb ik mijn rijbewijs kunnen halen en ben ik een vrij bekwaam voetballer, hoewel 3D zicht de goede van de uitzonderlijke atleet onderscheidt.3D zicht is veel meer dan de kers op de taart van het visuele systeem, zoals sommige kunnen denken. Het is een compleet andere manier van zien, letterlijk maar ook figuurlijk. Je voelt je meer verbonden met je omgeving en kan er beter mee interageren. De wereld voelt standvastiger aan en het individu voelt zich er (zelf)zekerder in. In haar boek ‘Fixing my gaze’ beschrijft Susan Barry hoe haar eerste stereo-ervaring indrukwekkender was dan de lancering van de spaceshuttle met haar man aan boord. Niet vele mensen hebben beide manieren van zien ervaren en beschreven. Voor een beter begrip raad ik het boek ‘Fixing my gaze’ van harte aan. Voorlopig kan ik er alleen nog maar van stereozicht dromen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*