Waarom visuele therapie werkt

In een notendop kan de reden in één woord uitgelegd worden: hersenplasticiteit. Zien is een actief en geleerd proces dat zich normaalgezien spontaan ontwikkelt in de mens gedurende de eerste zes maanden. Indien er iets mis loopt tijdens dit leerproces ontwikkelt het brein een aanpassingsmechanisme, namelijk monoculair zicht in plaats van binoculair zicht. De samenwerking tussen beide ogen loopt niet van een leien dakje waardoor het kind een dominant oog begint te ontwikkelen, scheel te zien, en mogelijk een lui oog. Dit is een voorbeeld waarin het eeuwenoude debat tussen nature en nurture weer opduikt. Zoals meestal gaat het hier om een complex samenspel tussen beiden. Indien de biologische condities verbeteren of het zicht doormiddel van correctie wordt verbeterd, heeft een strabismisch persoon nog steeds een brein met strabismische ooggewoonten. Nu kan men in vele gevallen doormiddel van visuele therapie een leerproces starten om deze genestelde mechanismen ongedaan te maken. Zoals bij alle leerprocessen verlopen ze vlotter op jongere leeftijd, volwassenen kunnen echter dankzij een goede portie motivatie en determinatie kleine en grote successen boeken. Frederic Brock, een pionier in visuele therapie en zelf ooit stabismisch, vergeleek het met een nieuwe taal leren. Brock was Duitstalig Zwitser en immigrant in de Verenigde Staten.

Mijn moedertaal is Duits. Als ik in Zwitserland was gebleven, zou Duits nog steeds mijn geprefereerde taal zijn. Omdat ik op de leeftijd van 21 naar Amerika ben gekomen en hier sindsdien gewoond en geleefd heb, heb ik in mijn leven meer Engels dan Duits gesproken. Nu verkies ik Engels boven Duits. Deze stand van zaken is er echter niet zomaar gekomen. De enige reden dat ik een voorkeur voor Engels heb ontwikkeld is omdat ik praktisch geen Duits meer spreek of schrijf, behalve wanneer ik iemand ontmoet die Duits maar geen Engels spreekt, of wanneer ik een Duits boek lees.

De lastigste fase in deze transitie was deze van denken in het Duits naar denken in het Engels, in het bijzonder wat betreft Wiskundige problemen. Het was veel eenvoudiger om mentaal in het Duits te rekenen en dan het resultaat naar het Engels te vertalen in plaats van het hele vraagstuk (in stilte) in het Engels uit te voeren. Het vergde een heuse inspanning om van een Duits gedomineerde manier van denken over te schakelen naar het Engels, maar indien getest zouden weinige overblijfselen van mijn oude manier van denken worden terug gevonden. Vele buiten Amerika geboren immigranten voltooien nooit volledig deze transitie.

Om strabisme te genezen moet een gelijkaardige transitie gemaakt worden. Een complete transitie is niet noodzakelijk voor het sporadisch aannemen van een goede binoculaire oogstand (rechte ogen). Zo’n individu zal occasioneel (of vaak) hervallen in zijn strabismisch gedrag, simpelweg omwille zijn zijn voorkeur hiervoor. Ook al is deze stand van zaken te verkiezen boven een constante scheelheid, het is geen duurzame oplossing.

Vergelijkbaar met een persoon die inherent linkshandig is maar die kan aangeleerd worden met rechts te schrijven en in feite rechtshandig te worden door oefening, zo kunnen we iemand leren om een normaalgezien niet-geprefereerde oogstand aan te nemen.

Door een persoon van de juiste cues te voorzien kan deze voorkeur veranderd worden en een optimaler functioneren beoogd worden tijdens en na de transitie. Hoe ouder een persoon is hoe moeilijker dit proces zal zijn. Ook moet rekening gehouden worden met mogelijke fysieke belemmeringen zoals bepaalde oogzenuwverlammingen en zoverder. Iedere patiënt vereist een specifieke aanpak. Waarop ik echter wil hameren is dat zelfs na de ‘kritieke periode’ in onze kindertijd het brein nog een zekere plasticiteit bezit en niet noodzakelijk volledig hardwired is. Dankzij visuele therapie die de juiste stimulatie voorziet kunnen nieuwe oogvaardigheden worden aangeleerd. De mate waarin dit mogelijk is wordt enerzijds bepaald door de fysieke toestand van het visuele systeem en de voorafgaande medische geschiedenis, en anderszijds de motivatie en de toewijding van de patiënt. Zelf heb ik veel inspiratie en kracht gehaald uit de Youtube video’s van Susan Barry en bovenal haar boek ‘Fixing my gaze’ dat op een wetenschappelijk onderlegde manier het hele neurologische en persoonlijke ontwikkelingsproces dat gepaard gaat met visuele therapie demonstreert.

Maar waarom geloven vele artsen dan niet dat in visuele therapie werkt, of erger nog, bestempelen ze het als kwakzalverij?
Hun geloof is gebaseerd op enkele interessante experimenten uitgevoerd door Hubel en Wiesel midden vorige eeuw. Deze zijn terug te vinden onder het tabblad ‘De luie oog mythe’. Desastreus genoeg werden deze verkeerdelijk geïnterpreteerd en vestigde dit het wijdverbreide geloof dat aan strabisme en luie ogen vaak niets meer valt te doen. De laatste jaren ontwikkelt het gebied van de neurobiologie zich aan een oogverblindend tempo en werpt nieuw licht op deze zaak. Het brein blijft plastischer dan men voordien dacht en ervaringen kunnen de hersenen beïnvloeden en veranderen. Gelieve de pagina over ‘De luie oog mythe’ te lezen voor een meer uitgebreide relaas over dit onderwerp.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*